|
Geschreven door Administrator
|
|
Kinderen zitten op de grond in een treintje achter elkaar in het midden van de ruimte. Begeleider
zit op een gymzaalbank waarop links en rechts de bordjes goed en fout zijn geplakt. De begeleider
leest steeds een stelling met een luizenweetje voor. Het antwoord is 'goed/waar' of 'fout/niet waar'.
Kinderen moeten gaan zitten in de rij bij het juiste antwoord (op hun billen naar links of rechts
schuiven, niet rennen of kruipen).
Begeleider geeft vervolgens het juiste antwoord met eventueel een toelichting of
of
Begeleider vraagt de kinderen om een toelichting te geven op hun keuze en geeft daarna pas zelf
het juiste antwoord.
begeleider
goed/ | rij | fout/
waar | waar | niet waar
| kinderen |
| zitten |
1. Luizen komen alleen voor bij kinderen met vuile haren.
Fout.
Iedereen kan luizen krijgen. Men denkt soms dat luizen alleen voorkomen bij kinderen die zich
niet verzorgen. Dat klopt niet.
2. Luizen kunnen springen en vliegen.
Fout.
Luizen kunnen alleen kruipen en lopen. Van persoon wisselen kan dus enkel door direct en nauw
contact tussen twee hoofden. Dat gebeurt vooral bij tijdens het kleden, wassen of knuffelen, of
wanneer jullie met elkaar spelen. Je kunt ook besmet raken door een muts of sjaal te gebruiken
die een vriendje met luizen net aanhad
3. Luizen blijven leven in water of in het zwembad.
Goed.
Luizen gaan niet dood van een douche of een zwempartij. Komen luizen in contact met water, dan
klampen ze zich vast aan het haar en sluiten ze de openingen waarlangs ze ademen.
4. Luizen gaan dood zonder mensenbloed.
Goed.
Luizen leven maximum 24 tot 48 uur zonder bloed en verzwakken heel snel.
5. Je kunt luizen krijgen van je hond of kat.
Fout.
Hoofdluis komt alleen bij de mens voor. Bij dieren komen andere luizen voor die bij ons niet
voorkomen.
6. Als je een muts 24 uur in de vriezer doet, zijn alle luizen en neten die er in zitten dood.
Goed.
Dit komt door de temperatuur, maar ook omdat ze dan al die tijd geen bloed kunnen 'eten'. Dat is
hun voedsel.
7. Als je hoofdluis hebt, moet je dat vooral geheim houden en aan niemand vertellen.
Fout.
Je moet het juist vertellen aan de kinderen, ouders, op school. Dan kunnen de ouders hun eigen
kinderen goed controleren of ze misschien ook luizen hebben.
8. De eitjes van een hoofdluis, de neten, zijn zwart van kleur.
Fout.
De neten zijn grijswit van kleur.
9. Een luis legt in 1 maand ongeveer 250 eitjes.
Goed.
Een luis leeft ongeveer 1 maand en in die ene maand legt zij 250 eitjes, ook wel neten genoemd.
10. Een luizenzak of luizencape helpt om te zorgen dat je geen luizen krijgt.
Goed.
Als je jas in een afgesloten zak zit of afgedekt is door een cape, kunnen de luizen niet in de kraag
van je jas gaan zitten. Juist via de kapstok kunnen de luizen van de ene kraag naar de andere
kraag van een jas wandelen.
|