|
Het strand
De kinderen zitten verspreid in het lokaal op de grond. Laat ze kort vertellen wat je op het strand kunt doen, zolas lopen of rennen in het zand, of springen op hard nat zand.
Een bewegingsverhaal
Ik neem de kinderen mee in een klein bewegingsverhaal. Ik laat de volgende bewegingen, ondersteund door m’n spel op de trom, aan bod komen.
* ‘Loop met zware, duwende bewegingen, alsof je door het losse zand loopt’.
- Ik speel een zwaar ritme, door langzame, vegende bewegingen over het vel van de handtrom te maken.
* ‘Maak voetafdrukken met de teen, hiel,de zijkant van de voet of de heel voet, terwijl jullie wandelen.’
- Ik speel een wandelritme: rustige, regelmatige slagen op de trom.
* ‘Maak snelle, voorzichtige pasjes, alsof je voetzolen geprikt worden door scherpe schelopen. Blijf af en toe even stilstaan op zacht zand zonder schelpen.’
- Ik speel een licht ritme: lichte tikjes, dubbel het wandeltempo. Ik maak af en toen korte stops van 2 `s 3 tellen en wissel die af met langere stops van 5 à 6 tellen.
Dansen als grote en kleine golven
De kinderen staan op een vrije plek in het lokaal.
♪4 → de kinderen proberen op de muziek allerlei golfbewegingen met hun armen uit. Als ik de muziek harder zet, dan worden de golfbewegingen groot; als ik de muziek zachter zet, dan worden de bewegingen klein.
Hierna doe ik hetzelfde, maar nu maken de kinderen de golfbewegingen met het hele lichaam.
Golven voordoen en nadoen
♪4 → daarna doe ik de volgende golfbewegingen voor, de kinderen doen mij na.
a. beweeg met het hele lichaam steeds van voren naar achteren. De voeten blijven op de plaats.
b. Zoals hierboven, nu de armen mee laten schommelen.
c. Dein met het hele lichaam heen en weer van links naar rechts en terug. De voeten blijven op de plaats.
d. Zoals bij hierboven, laat de armen zijwaarts meezwaaien.
We wisselen het voorwaarts en zijwaarts golven af, maak de bewegingen afwisselend groot en klein.
|