|
Inleiding:
Ik ga met de kinderen in de kring zitten. Als iedereen zit, loop ik naar de gang zet mijn hoedje op en neem de koffer mee naar binnen. Ik roep, ik ga op vakantie!
Ik begin een gesprek over de vakantie. Wie gaat er op vakantie? Waar naar toe? Wat neem je allemaal mee?
Willen jullie weten wat ik allemaal mee neem? Nou, dat zit allemaal in deze koffer.
Kern:
Ik ga zitten met de koffer op mijn schoot. Ik maak de koffer open en neem een voorwerp in mijn hand. Ik laat het niet aan de kinderen zien, maar omschrijf wat ik voel. De kinderen mogen raden wat het is. Als het te moeilijk is om te raden geef ik een paar aanwijzingen, zoals, wat je ermee kunt doen etc.
Als ik zo een paar voorwerpen heb gehad, mag iemand anders komen voelen en omschrijven wat hij voelt. De anderen mogen dan raden wat hij in zijn hand heeft.
Als dit te lastig is, dan mogen de kinderen in de kring zien wat het kind voelt, en dan kunnen zij aanwijzingen geven. En dan moet de voeler raden wat het is.
Zo ga ik een tijdje door, totdat de spanningsboog aan het verslappen gaat.
Slot:
Als afsluiting wil ik het spelletje doen, ik ga op vakantie en ik neem mee......
Voorwerpen die ik in de koffer stop:
Tandenborstel
Pen/stift
Haarspeld
Borstel
Elastiekje
Deodorant
Wc papier
Cd
Boek
Tijdschrift
Horloge
Zwembroek
Knuffel
Shampoo
Spons
Washandje
Armbandje
Dop
Gum
Papiertje
Etc.
|