|
Naam student: Monique van Erp interklaas Haarenot
Klas: V1B-LC3
Naam studieloopbaanbegeleider: renate dierendonck
Stageschool: de leilinde reusel
Groep: 1 en 2
Naam praktijkbegeleider: hanneke wijnen
Aantal leerlingen: 27
Datum:
Vak-/vormingsgebied:
Onderwerp/thema van de lesactiviteit:
|
|
|
Eigen leervragen
- Wat wil je er voor jezelf mee bereiken?
- Welke inhoudelijke kennis heb je?
- In hoeverre moet je je eigen kennis/vaardigheden uitbreiden?
Ik wil de betrokkenheid van de kinderen vergroten
Ik wil de kinderen leren samenwerken
Ik wil dat ze nadenken over hun eigen gedrag, wat hebben ze gedaan
Ik wil de kinderen goed kunnen stimuleren op een positieve manier en kunnen zorgen voor een positieve sfeer in de klas tijdens de les.
|
|
|
Doelstelling:
- De kinderen leren samen te werken
- De kinderen leren met elkaar te overleggen
- Ze leren een rekenprobleem op te lossen
- Ze leren een schatkaart teken, dat heeft te maken met inzicht
|
|
|
Beginsituatie:
Ik doe de les met oudste kleuters. De kleuters hebben nog nooit een rekenprobleem voorgelegd gekregen. Ik denk dat sommige het heel moeilijk vinden en dat andere er goed mee vooruit kunnen. In die groep zitten een aantal kinderen die altijd betrokken zijn bij de les. Ik denk dat die kinderen de kar zullen trekken. En ik hoop dat ze de andere mee krijgen in hun enthousiasme.
|
|
|
Geraadpleegde literatuur/bronnen
- Methode pluspunt
|
|
|
Wat doe ik?
|
Leeractiviteiten
(wat doen de leerlingen?)
|
Onderwijs- en leermiddelen
(wat heb ik nodig?)
|
|
Inleiding
- Ik leg de schatkaart in met midden, op de mat.
- We gaan er met zijn allen omheen zitten.
- Ik zeg niks en laat de kinderen komen met verhalen.
- Samen kijken we wat het is.
- Soms stel ik vragen aan de kinderen. Over de kaart.
- Dan haan ik de legenda aan.
- Die bespreken we.
|
Inleiding
- De kinderen kijken naar de schatkaart, en komen met verhalen.
- Ze zijn in de inleiding actief bezig met de les.
|
- De schatkaart van de methode pluspunt.
- Mijn eigen gemaakte schatkaart.
|
|
Kern 1
- Nu ga ik over op de uitleg van de opdracht.
- Ik vertel wat de kinderen dadelijk gaan doen. Ze gaan aan het werk in 2 groepen. Het is de bedoeling dat ze zelf een schatkaart gaan maken. Ze moeten samen overleggen en samenwerken.
- Ik pols ook even of ze al een idee hebben over hoe het eiland eruit gaat zien.
- Ik maak van te voren afspraken met de kinderen. Ze moeten samenwerken, en iedereen moet meedoen. Het is de bedoeling dat ze het samen oplossen.
- Dan gaan ze aan de slag. Ik verdeel de kinderen zelf in 2 groepen. Dat gaat wat sneller.
- De 2 groepen gaan aan de slag.
- Ik loop rond en kijk of het goed gaat ( als voorbeeld hang ik mijn schatkaart op het bord).
- Als er problemen zijn vraag ik wat er niet lukt. Maar ik wil het zo doen dat ze zelf met de oplossingen komen.
-
|
Kern 1
- Eerst luisteren de kinderen nog naar de uitleg. Ze zitten dan nog in de kring.
- Als ze verdeeld zijn in 2groepen dan gaan ze aan een tafel zitten.
- Ze gaan aan de slag met de schatkaart.
- Wie tekent er, hoe zie het eiland eruit, wat voor eiland is het, waar verstoppen we de schat. Dat zijn allemaal vragen waar ze samen uit moeten komen.
-
|
- Blad papier waarop ze kunnen tekenen.
- Potlood en eventueel kleurpotloden.
|
|
Kern 2
|
Kern 2
|
|
|
Afsluiting
- Ik stop de opdracht.
- De groepen laten aan elkaar zien wat ze gemaakt hebben.
- Samen bespreken we de schatkaart. Ze leggen de schatkaart uit.
- Ook vertellen ze me waar ze de schat zouden verstoppen.
|
Afsluiting
- Kinderen vertellen iets over de schatkaart.
- Laten de schatkaart aan de andere groep zien.
|
|
| |
|
|
|