|
Lesfase
|
Tijd
|
Leerinhoud
|
Didactische aanpak, leerlingactiviteiten, organisatie en middelen
|
Opmerkingen mentor / docent
|
|
Oriëntatie
Uitleg + begeleide inoefening
Zelfstandige verwerking
Afsluiting
|
+ 5 min.
+ 8 min.
+ 8 min.
+ 5 min.
|
Lettergrepen
Tellen
Cijfers 1 t/m 4
Letters van het alfabet
Lettergrepen
Dobbelen
Woorden bedenken met 1, 2 of 3 lettergrepen
Letters van het alfabet
Woordjes leggen
|
* Ik ga een verhaal voorlezen uit Jip & Janneke. Het verhaal heet: “Kerstboompje I”.
Nadat het verhaal uit is ga ik enkele woorden uit het verhaal opzeggen en de kinderen moeten het woord in lettergrepen verdelen: piek (= 1) kerstboom (=2) kerstboompje (=3) etc.
Ik leg 4 blaadjes voor me neer waarop de cijfers 1 t/m 4 op staan.
Daarna laat ik een kaartje zien waarop een kerstman staat. Hoe vaak moet je klappen om het woord kerstman te zeggen? (= 2x).
Met welke letter begint kerstman? ‘K’, oké. Het kind mag het kaartje bij het goede cijfer leggen.
Als we alle kaartjes hebben gehad, pak ik de dobbelsteen en daar staat 1, 2, 3, 1, 2, 3 op (“in puntjes”).
Een leerling mag dobbelen en daar staat dan bijvoorbeeld 2 puntjes op. Het kind moet dan een woord bedenken met 2 lettergrepen. (kerstman)(bloempot).
Ze mogen dezelfde woorden gebruiken die we net met de kaartjes hebben gehad.
Wanneer dit niet goed lukt, kan ik er weer enkele kaartjes bij pakken en dan hebben ze een voorbeeld.
Ik heb picto’s met daarop de afbeelding plus de naam van de afbeelding. Bijvoorbeeld: afbeelding van een jas. Daaronder staat jas geschreven. Ik wijs een leerling aan en die mag dan de losse letters opzoeken van jas.
Enkele leerlingen mogen dit doen. (dit ligt aan de tijd.)
|
|