|
Geschreven door Administrator
|
|
Speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs: wat is wat?
Tot 1998 bestond er basisonderwijs en speciaal onderwijs. Het speciaal onderwijs was voor leerlingen die speciale zorg nodig hadden. In 1998 is het speciaal onderwijs gesplitst in het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs.
Speciaal basisonderwijs
Sinds 1998 zijn er geen afzonderlijke scholen meer voor moeilijk lerende kinderen (MLK-scholen), scholen voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden (LOM-scholen) en hun afdelingen voor in hun ontwikkeling bedreigde kleuters (IOBK-afdelingen). Voor kinderen met dit soort problemen zijn er nu de speciale scholen voor basisonderwijs.
Deze kinderen - en alle anderen die speciale zorg en aandacht nodig hebben - komen niet automatisch op een speciale school voor basisonderwijs terecht. Doel van het beleid "Weer Samen Naar School" (WSNS) is juist dat er op de basisschool zoveel mogelijk begeleiding en zorg voor leerlingen beschikbaar is. Om dat te bereiken werken speciale scholen voor basisonderwijs intensief samen met de basisscholen.
Basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs vallen onder dezelfde wet: de Wet op het Primair Onderwijs (WPO). Voor beide scholen gelden ook dezelfde kerndoelen (streefdoelen voor wat een leerling moeten kennen en kunnen aan het eind van de basisschool). Wel kan een leerling er op een speciale school voor basisonderwijs eventueel wat langer over doen; speciale scholen voor basisonderwijs hebben een uitloopmogelijkheid tot 14 jaar.
Speciaal onderwijs
Naast de speciale scholen voor basisonderwijs, zijn er de speciale scholen. Deze scholen zijn voor lichamelijk, zintuiglijk of verstandelijk gehandicapte leerlingen en leerlingen met gedragsstoornissen. Voor deze groep kinderen zijn er in totaal tien soorten scholen, die in vier clusters onderverdeeld zijn.
Cluster 1: scholen voor visueel gehandicapte kinderen, of meervoudig gehandicapte kinderen met deze handicap
Cluster 2: scholen voor dove kinderen, slechthorende kinderen en kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden, of meervoudig gehandicapte kinderen met één van deze handicaps
Cluster 3: scholen voor lichamelijk gehandicapte kinderen, zeer moeilijk lerende kinderen en langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap, of meervoudig gehandicapte kinderen met één van deze handicaps
Cluster 4: scholen voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen, langdurig zieke kinderen anders dan met een lichamelijke handicap en onderwijs aan kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten.
Leerlingen kunnen tot hun twintigste jaar naar het speciaal onderwijs. Zij kunnen daar dus ook voortgezet onderwijs volgen. Het (voortgezet) speciaal onderwijs valt onder de Wet op de Expertisecentra (WEC).
De rugzak, officieel leerlinggebonden financiering (LGF), is bedoeld voor kinderen uit de clusters 2, 3 en 4 én kinderen die volgens een Commissie voor Indicatiestelling voor plaatsing op een school voor speciaal onderwijs in aanmerking komen. Het eerste cluster, de scholen voor blinde en slechtziende kinderen, valt buiten de regelgeving van de LGF. Daar loopt de aanmelding via de scholen zelf.
|