|
Wat is de doelstelling van WSNS?
Doel van het Weer Samen Naar School-beleid is zoveel mogelijk kinderen passende zorg en passend onderwijs te bieden op de basisschool. Het WSNS-beleid stelt basisscholen (beter) in staat om met specifieke zorgbehoeften van leerlingen om te gaan. Dat gebeurt enerzijds door basisscholen daarvoor extra geld en hulpmiddelen te geven.
Anderzijds werken basisscholen intensief samen met speciale scholen voor basisonderwijs om de zorg op een zo hoog mogelijk peil te brengen. De uitkomst van alle inspanningen is dat kinderen met speciale zorgbehoeften optimaal presteren op de basisschool. Logisch gevolg: minder kinderen hoeven naar een speciale basisschool.
Om welke leerlingen gaat het?
Doelgroep van het WSNS-beleid zijn alle basisschoolleerlingen die speciale zorg en begeleiding nodig hebben. Het gaat vaak om kinderen die moeilijk leren of gedrags- en opvoedingsproblemen hebben. Leerlingen met bijvoorbeeld ADHD, dyslexie of bepaalde vormen van autisme vallen onder de doelgroep. Een andere categorie die speciale aandacht vraagt, zijn hoogbegaafde leerlingen.
Lichamelijk, zintuiglijk of verstandelijk gehandicapte leerlingen en leerlingen met ernstige gedragsstoornissen zijn géén doelgroep van WSNS. Over de opvang van deze leerlingen gaat het wetsvoorstel leerlinggebonden financiering (ook rugzak genoemd).
zie ook: Dossier Rugzak
Hoe is WSNS georganiseerd?
Om leerlingen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden goed in het basisonderwijs op te vangen, werken basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs samen in samenwerkingsverbanden WSNS. Elk samenwerkingsverband heeft een budget voor de opvang van leerlingen met speciale zorgbehoeften. Op welke manieren de scholen in het samenwerkingsverband (met dit geld) zorgen voor een goede opvang van deze leerlingen, staat in het zorgplan van het samenwerkingsverband. Zo kunnen leraren uit het speciaal basisonderwijs leerlingen in de basisschool begeleiden. Of er komen op de basisschool hulpklassen, interne begeleiders of remedial teachers. Op die manier krijgt de basisschool ’meer gespecialiseerde handen’ in huis. De speciale scholen voor basisonderwijs vervullen binnen de samenwerkingsverbanden de rol van expertisecentrum en vangen leerlingen op die intensieve zorg nodig hebben.
Als de samenwerking binnen het samenwerkingsverband problemen oplevert, kan het bevoegd gezag van een school (het schoolbestuur of gemeentebestuur) bij de landelijke geschillencommissie ’Weer Samen Naar School’ in beroep gaan.
zie ook: Stand van zaken samenwerkingsverbanden 2001/2002 (675kB) | Geschillencommissie WSNS
Hoe wordt WSNS gefinancierd?
Voor de opvang en begeleiding van zorgleerlingen ontvangen basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs jaarlijks ruim € 260 miljoen. Als in een samenwerkingsverband meer dan 2% van de leerlingen naar een speciale school voor basisonderwijs gaat, moeten basisscholen een deel van hun zorgbudget overdragen aan de speciale school voor basisonderwijs. Basisscholen hebben er dus financieel belang dat zij zorgleerlingen zelf kunnen opvangen.
Naast deze € 260 miljoen is er € 19 miljoen per jaar beschikbaar voor de verbetering van de kwaliteit van de zorg en de aanpak van de wachtlijsten.
zie ook: WSNS-budget 2000 - 2003 (32kB)
Wie bepaalt of een kind naar een speciale school voor basisonderwijs gaat?
Als het op school niet goed gaat met een kind, is een gesprek tussen ouder(s) en groepsleraar de eerste stap. Bekeken wordt wat de problemen veroorzaakt en wat de basisschool kan doen om het kind de zorg te geven die het nodig heeft. In de Onderwijsgids 2003-2004 staat in het hoofdstuk "Als het wat moeilijker gaat" beschreven wat daarbij zoal mogelijk is. Toch kan het voorkomen dat een kind waarschijnlijk beter op zijn plaats is op een speciale school voor basisonderwijs.
Als dat het geval is, meldt de ouder zijn kind aan bij een Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL). Ieder samenwerkingsverband heeft zo’n commissie. De PCL beoordeelt of plaatsing op een speciale school voor basisonderwijs noodzakelijk is. De PCL kan ook een adviserende rol hebben. Een PCL beslist alleen over toelaatbaarheid (wel of niet noodzakelijk om naar speciaal onderwijs te gaan), niet over toelating. Daarover gaat het bevoegd gezag van de school.
Als ouders het niet eens zijn met een beslissing van de PCL, dan dienen zij een bezwaarschift in bij de PCL. De PCL vraagt vervolgens advies bij een regionale verwijzingscommissie voordat zij een beslissing op het bezwaarschrift neemt.
Als ouders het met de uiteindelijke beslissing niet eens zijn, staat voor hen beroep open op grond van de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB).
zie ook: Onderwijsgids 2003-2004 (820kB) | Platform WSNS
Hoe zit het met de wachtlijsten?
Het aantal leerlingen op een wachtlijst voor een speciale school voor basisonderwijs is het afgelopen jaar met 25 procent afgenomen. OCW wil dat de wachtlijsten in 2004 helemaal zijn weggewerkt. Om dat voor elkaar te krijgen, is een aantal maatregelen genomen. Zo zijn samenwerkingsverbanden met lange wachtlijsten geselecteerd voor een aanpak op maat. Deze samenwerkingsverbanden krijgen extra ondersteuning en/of geld om de wachtlijsten weg te werken. Hoe zij dat gaan doen, staat beschreven in verbeterplannen.
zie ook: Vierde voortgangsrapportage WSNS (45kB) | Vijfde voortgangsrapportage WSNS (123kB) | Inspectierapport ’Wachtlijsten sbao 2002’ (139kB)
Hoe wordt de kwaliteit van basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs verder verbeterd?
De opvang van leerlingen met speciale onderwijsbehoeften stelt hoge eisen aan de kwaliteit van het onderwijs. In de samenwerkingsverbanden WSNS werken scholen daar hard aan. Ook met de maatregelen in het kader van de groepsverkleining in het basisonderwijs investeren OCW en scholen in de kwaliteit van het basisonderwijs.
In 2002 is WSNS+ opgericht. Daarin zitten alle schoolleiders-, besturen- en onderwijsvakorganisaties. Zij willen met WSNS+ de zorgcapaciteit in de samenwerkingsverbanden WSNS vergroten. WSNS+ ondersteunt niet alleen basisscholen, maar ook speciale scholen voor basisonderwijs. In 2002 bleek dat speciale scholen voor basisonderwijs te vaak verouderd lesmateriaal gebruiken en de vorderingen van hun leerlingen te weinig systematisch volgen. Dit was voor OCW aanleiding extra aandacht te geven aan personeelsbeleid voor het speciaal basisonderwijs. Daarnaast krijgen de reken- en taalprojecten in het speciaal basisonderwijs extra aandacht en hebben alle samenwerkingsverbanden extra geld gekregen voor nieuw lesmateriaal.
zie ook: Inspectierapport speciaal basisonderwijs (390kB) | Vierde voortgangsrapportage WSNS (45kB) | Vijfde voortgangsrapportage WSNS (123kB) | Dossier Groepsgrootte en kwaliteit
Wat zijn de resultaten van WSNS?
In 2002 ging 3,25 procent van de leerlingen naar het speciaal basisonderwijs. In 1991 was dat nog 3,74 procent. In totaal is het aantal leerlingen in het speciaal basisonderwijs afgenomen van 57.098 in 1991 naar 52.077 in 2002. Ook het maximale deelnamepercentage daalt gestaag: in 1994 waren er samenwerkingsverbanden waarin 10,44% van de leerlingen naar een speciale basisschool ging, in 2002 is het hoogste percentage 5,47%.
Een ander belangrijk resultaat van het WSNS-beleid is dat inmiddels op elke reguliere basisschool een interne begeleider is. Daarnaast zijn er meer instrumenten en materialen gekomen voor het onderwijs aan en de begeleiding van zorgleerlingen.
In de voortgangsrapportages WSNS informeert OCW de Tweede Kamer over alle ontwikkelingen in Weer Samen Naar School. Eind 2004 worden de ervaringen met WSNS sinds 1998 breed geëvalueerd.
zie ook: Vierde voortgangsrapportage WSNS (45kB)
Autisme, ADHD, dyslexie en hoogbegaafdheid
Binnen de brede doelgroep van WSNS - alle leerlingen die extra zorg nodig hebben - vallen een viertal specifieke groepen: leerlingen met een aandoening in het autistisch spectrum, leerlingen met ADHD, dyslectische en hoogbegaafde leerlingen. Het is de verantwoordelijkheid van de scholen om deze leerlingen passende zorg en begeleiding te bieden. OCW ondersteunt scholen en leraren hierbij op verschillende manieren. Zo is in 2001 het Landelijk Netwerk Autisme van start gegaan. Voor het onderwijs aan kinderen met ADHD zijn handreikingen, brochures en cursussen ontwikkeld. Ter ondersteuning van het onderwijs aan kinderen met dyslexie zijn het Protocol Dyslexie en het kennissysteem Dyslexpert ontwikkeld. Tenslotte zijn er informatiepunten voor (hoog)begaafdheid opgericht.
zie ook: Tweede voortgangsrapportage WSNS (154kB) | Vierde voortgangsrapportage WSNS (45kB) | Algemene informatie Hoogbegaafdheid | Algemene informatie Dyslexie | Links WSNS | landelijk netwerk autisme 
|